Fenixco nv/sa
Brusselsesteenweg 119
9090 Merelbeke-Melle
Ontvang onze nieuwsbrief
© 2024 Fenixco nv - BTW BE 0831 467 172 - wettelijke informatie

Vandaag spreken we met architecten Eline Geurts en Charlotte Ballière van a154 architecten. In dit gesprek vertellen ze hoe het project Menlo Park in Sint-Amandsberg ontstond — van een ingesloten paardenweide tot een open, levendige buurt — en hoe kwaliteit, context en samenwerking de rode draad vormden.
Kunnen jullie jezelf kort voorstellen?
Charlotte Ballière: Ik ben bestuurder van a154 architecten. Ons kantoor bestaat uit een multidisciplinair team — architecten, ingenieurs, BIM-specialisten en tekenaars — dat bewust kiest voor contextgericht werken. We geloven dat elk project gedragen wordt door zijn omgeving. De A in a154 staat voor anders, alternatief en aandacht: we ontwerpen van A tot Z met een open blik en met respect voor partners. Bouwen doe je immers nooit alleen.
Eline Geurts: Ik werk hier sinds 2016, en Menlo Park was één van mijn eerste projecten bij a154. Ik heb het van bij het voortraject tot de uitvoering en oplevering opgevolgd. Daardoor heb ik het hele proces van dichtbij meegemaakt — van eerste schets tot de bewoners vandaag die hun intrek namen.
Hoe kwam a154 in contact met Fenixco, en wat sprak jullie aan in de site in Sint-Amandsberg?
Charlotte: Het dossier zat al even in de portefeuille van Fenixco. Het was een terrein met veel potentieel, maar ook met een aantal stedenbouwkundige en juridische complexiteiten. Dankzij onze integrale voorstudie en overlegmethodiek kwam het gesprek met de stedelijke diensten snel op gang. Er was meteen een gedeelde visie: hoe kunnen we dit afgesloten perceel, ooit een paardenweide, transformeren tot een plek die openstaat voor de buurt?
Het project startte dus met de vraag om die ingesloten paardenweide te integreren. Hoe hebben jullie dat stuk groen verankerd en toegankelijk gemaakt?
Eline: Dat vroeg heel wat overleg met de stad Gent en de brandweer. De oorspronkelijke plannen voldeden niet meer aan de hedendaagse normen. Uiteindelijk ontwierpen we een nieuw zoneringsplan waarin de doorsteek centraal stond. We wilden geen klassieke straat aanleggen, maar een woonerf dat de groene long van de wijk zou blijven. Het werd een publieke plek waar voetgangers, fietsers en bewoners elkaar kruisen, met wadi’s en groen als verbindend element. Zo kreeg de buurt letterlijk toegang tot een stuk natuur dat vroeger privé was.
Jullie stelden samen met de stad een mix van woontypes voor. Waarom was die variatie zo belangrijk?
Eline: De stad Gent stimuleert dat, maar het was ook inhoudelijk de juiste keuze. Door appartementen, woningen en schakelwoningen te combineren, spreek je verschillende bewonersprofielen aan. Bij de verkoop bleek dit ook te kloppen: we merkten dat veel oudere bewoners uit de buurt graag in hun vertrouwde omgeving wilden blijven wonen, maar op zoek waren naar een kleiner, comfortabel appartement. Tegelijk kwamen er jonge gezinnen die zich aangesproken voelden door de grondgebonden woningen met tuin. Die mix brengt een natuurlijke sociale dynamiek in de wijk.
Charlotte: Het is een vorm van wederkerigheid: gezinnen brengen leven en kinderen op straat, oudere bewoners brengen rust en betrokkenheid. Je creëert een buurt waar mensen elkaar kennen, in plaats van afzonderlijke enclaves.
Fenixco legde van bij de start de nadruk op kwaliteit. Hoe hebben jullie dat architecturaal vertaald?
Eline: Fenixco wilde een project dat er niet uitziet als een standaardverkaveling, maar als een samenhangend geheel met eigen karakter. We zijn gestart vanuit een conceptuele benadering: elke woonunit kreeg haar eigen identiteit binnen een heldere structuur. We kozen voor drie hoofdmateriaaltypes — hout, gevelsteen en leien — gescheiden door witte belijningen in beton of crepie. Ook de daken kregen witte leien, zodat het geheel rust en continuïteit uitstraalt.
Bij de appartementen is elke bouwlaag anders afgewerkt, waardoor elk appartement leest als een eigen woning. Bij de woningen varieerden we in gevelverband en voegkleur. Zo ontstaat een divers straatbeeld dat tegelijk harmonieus aanvoelt.
Dat ziet er eenvoudig uit, maar was technisch een huzarenstukje. Hoe hebben jullie dat aangepakt?
Eline: Het was inderdaad complexer dan het lijkt. Baksteen, hout en leien vragen elk een andere opbouw.
Bij baksteen plaats je de gevelsteen rechtstreeks tegen het binnenspouwblad, maar bij hout of leien moet je eerst het draagvlak en de isolatie anders opbouwen. Dat betekende dat verschillende aannemers tegelijk moesten werken, met millimeterprecisie, zodat alle witte belijningen perfect doorliepen. Bij de woningen daarenboven, was dat eigenlijk nog complexer: de combinatie van de verdoken witte dakvlakken met de muurkappen en crepie onder- en boven de daken waren nog zo een technische breinbreker.
Het vroeg veel coördinatie, overleg en bijsturing, maar dat maakt het resultaat net bijzonder. Wat vandaag vanzelfsprekend lijkt, is het product van honderden kleine beslissingen die samen één helder beeld vormen.
Hoe vertaalden jullie die visie naar de relatie tussen binnen en buiten?
Eline: Voor ons was het essentieel dat bewoners de buitenruimte echt beleven.
Veel appartementen hebben meer dan twee gevels, wat zeldzaam is in stedelijke context. Ze zijn rondom voorzien van terrassen, zodat je overal licht en uitzicht hebt.
De woningen kregen kleine voortuintjes als zachte overgang naar het woonerf — niet groot, maar net voldoende om een bankje of plantenbak te plaatsen. Zo ontstaat een persoonlijke zone tussen privé en publiek.
Charlotte: Die ontwerpkeuzes stimuleren ontmoeting. Als je voorbij wandelt en iemand zit buiten met een koffie, maak je makkelijker contact. Het woonerf wordt zo een plek waar geleefd wordt, geen doorgangsstraat.
Hoe verliep de samenwerking tijdens de uitvoering?
Eline: De uitvoering vroeg intens overleg, maar de samenwerking met Fenixco verliep vlot. We deelden dezelfde ambitie om kwaliteit te realiseren, ook wanneer dat wat meer tijd vroeg.
Natuurlijk waren er technische uitdagingen en vertragingen, dat hoort bij bouwen, maar de open communicatie hield het project op koers.
Charlotte: Wat opviel, was het wederzijds respect tussen ontwikkelaar, architect en aannemers. Iedereen bleef in gesprek, ook wanneer iets moeilijk was. Daardoor zijn er geen gemakkelijke compromissen gemaakt, maar bewuste keuzes.
Tijdens de opleveringen kregen we zelfs complimenten van onafhankelijke experten — zij spraken over een kwaliteitsniveau dat ze zelden zagen. Dat bevestigt dat de inspanningen van alle partijen hun effect hebben gehad.
Jullie uitspraak ‘Niets is duurzaam aan een project dat na twintig jaar afgebroken wordt’ bleef hangen. Hoe zorgen jullie dat Menlo Park ook in de toekomst leefbaar blijft?
Eline: Duurzaamheid begint bij ontwerp en oriëntatie, niet bij technieken. We zorgen voor voldoende daglicht, flexibele plattegronden en een logische structuur die later aanpasbaar is.
In de woningen hebben we bijvoorbeeld de overloop zó ontworpen dat ze eenvoudig kan worden omgevormd tot extra kamer. Dat soort kleine ingrepen maakt dat gebouwen meegroeien met hun bewoners.
Charlotte: Daarnaast speelt de context een grote rol. Menlo Park ligt op wandelafstand van winkels, scholen en openbaar vervoer. Het is opgevat als fietsen- en voetgangersvriendelijk woonerf, enkel toegankelijk voor aangelanden.
Technisch kozen we voor duurzame systemen: regenwaterhergebruik met wadi’s, geothermie in de appartementen, warmtepompen in de woningen. En iets wat vaak onderschat wordt: we hebben van bij het begin gezorgd voor ruime bergingen, zodat de installaties degelijk geplaatst kunnen worden. Dat lijkt een detail, maar het zegt veel over de aandacht voor comfort en toekomstbestendigheid.
Tijdens het archeologisch onderzoek werden sporen uit de Romeinse tijd ontdekt. Wat deed dat met jullie?
Eline: Dat was een verrassende vondst. Er werden twee waterputten blootgelegd met houten resten die honderden jaren oud bleken. Dat hout zag er nog opvallend goed uit.
Het is symbolisch: op dezelfde plek waar mensen eeuwen geleden water haalden, wonen vandaag opnieuw gezinnen. Dat besef dat je bouwt op geschiedenis, geeft extra betekenis aan het project.
Welke inzichten nemen jullie mee uit dit traject?
Charlotte: Voor mij is de grootste les dat communicatie het fundament is van kwaliteit. Door open te blijven praten en elkaar te ondersteunen, kun je complexe projecten naar een hoger niveau tillen. Dat geldt niet alleen voor het team, maar ook richting overheden en bewoners.
Eline: Het was geen eenvoudige werf, maar we zijn blijven zoeken naar oplossingen. Die volharding — blijven overleggen tot het klopt — maakt het verschil tussen een goed en een echt sterk project.
Het is fijn om te zien dat die inzet zich vertaalt in tevreden bewoners en een beeld dat helemaal overeenkomt met wat we voor ogen hadden.
Als jullie architectuur in één woord zouden samenvatten, welk woord zou dat zijn?
Eline Geurts: Verbondenheid.
Charlotte Ballière: Ja, verbondenheid met de context, met de mensen en met de toekomst. Dat is waar we telkens naar streven.
Slotbeschouwing
Menlo Park toont hoe visie, samenwerking en aandacht voor detail samen leiden tot een woonomgeving die zijn waarde behoudt.
Samen met a154 architecten realiseerden we een project waar architectuur niet alleen vorm geeft aan gebouwen, maar ook aan samenleven.
Met de volledige oplevering is nog één laatste woning te koop — een unieke kans voor wie in deze serene, groene enclave wil wonen.
Meer informatie of een bezoek plannen? Contacteer ons vrijblijvend:
